Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
1 juli 2025.
Hoge Raad
De betrokkene stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 juli 2022, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen in verband met gewoontewitwassen. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten van de betrokkene beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest.
Daarnaast heeft de Hoge Raad ambtshalve vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Deze termijnoverschrijding leidt echter niet tot een ander rechtsgevolg in deze ontnemingszaak. In de samenhangende strafzaak die eveneens bij de Hoge Raad aanhangig is, zal worden beoordeeld of compensatie wegens termijnoverschrijding moet plaatsvinden.
De Hoge Raad besluit het cassatieberoep te verwerpen en bevestigt daarmee het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden. De uitspraak werd gedaan door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 1 juli 2025.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden wordt bevestigd.