Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
24 juni 2025.
Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 18 januari 2023, waarin hij werd veroordeeld voor mishandeling met zwaar lichamelijk letsel als gevolg, zoals bedoeld in artikel 300 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte over niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, schending van het recht op het laatste woord, schending van het recht op eigendom, en de waardering van het bewijs betreffende het zwaar lichamelijk letsel beoordeeld. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof en zag geen noodzaak tot nadere motivering.
Daarnaast heeft de Hoge Raad ambtshalve vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Gezien de opgelegde taakstraf van 50 uren achtte de Hoge Raad dit echter voldoende en verbond hieraan geen verdere rechtsgevolgen.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en het arrest van het gerechtshof gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de verdachte blijft veroordeeld tot een taakstraf van 50 uren.