ECLI:NL:HR:2026:1006

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 juni 2026
Publicatiedatum
22 juni 2026
Zaaknummer
24/04008
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie tegen beslag op kleding en gereedschap bij verdenking diefstal

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 9 september 2024, waarin een klaagschrift over beslag op kledingstukken en gereedschappen werd behandeld. De klager stelde dat hij ten onrechte niet als beslagene en belanghebbende was aangemerkt en dat de rechtbank een onjuiste maatstaf had toegepast.

De Hoge Raad overwoog dat bij beslag op grond van artikel 94 Sv Pro de rechtbank moet beoordelen of het belang van de strafvordering het voortduren van het beslag vereist. Indien niet, moet teruggave aan de beslagene worden gelast, tenzij een ander als rechthebbende moet worden beschouwd. De rechtbank had op basis van het dossier geoordeeld dat aanwijzingen bestonden dat de goederen van diefstal afkomstig waren, wat het voortduren van het beslag rechtvaardigde.

De Hoge Raad vond dat de rechtbank de juiste maatstaf had toegepast en dat het beroep niet tot cassatie kon leiden. De conclusie van de advocaat-generaal tot verwerping van het beroep werd gevolgd. Het beroep werd derhalve verworpen en het beslag bleef gehandhaafd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beslag op kleding en gereedschap blijft gehandhaafd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/04008 B
Datum23 juni 2026
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 9 september 2024, nummer RK 24/014769, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft de advocaat L.C. de Lange bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

2.1
De cassatiemiddelen klagen dat de rechtbank de klager, voor zover het gaat om inbeslaggenomen kledingstukken en gereedschappen, ten onrechte niet als beslagene en dus als belanghebbende in de zin van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering heeft aangemerkt en dat de rechtbank bij haar beoordeling niet de juiste maatstaf heeft aangelegd.
2.2
De cassatiemiddelen kunnen niet tot cassatie leiden. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.5.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
23 juni 2026.