ECLI:NL:HR:2026:1012

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
23 juni 2026
Zaaknummer
24/03898
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36b SrArt. 74 SrArt. 552f lid 2 SvArt. 552ab Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontvankelijkheid cassatieberoep tegen onttrekking aan het verkeer van auto

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarbij een vordering van de officier van justitie tot onttrekking aan het verkeer van een inbeslaggenomen personenauto is toegewezen. De rechtbank stelde vast dat de officier van justitie aan een derde een transactievoorstel had gedaan, waarbij deze niet vervolgd zou worden voor witwassen indien hij afstand deed van de auto. Deze derde heeft aan alle voorwaarden voldaan, waaronder afstand van de auto.

Belanghebbende heeft tegen de voorwaarde van afstand een klaagschrift ingediend, dat door de rechtbank ongegrond werd verklaard. De Hoge Raad verwierp eerder het cassatieberoep van belanghebbende tegen die beslissing, waardoor hij niet als rechthebbende van de auto kan worden aangemerkt.

Hierdoor heeft belanghebbende onvoldoende belang bij het cassatieberoep tegen de onttrekkingsbeschikking. De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst het beroep af. De zaak wordt niet inhoudelijk behandeld.

Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voldoende belang.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/03898 B
Datum7 juli 2026
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam van 8 mei 2024, nummer RK 24/006518, op een vordering als bedoeld in artikel 552f lid 2 van het Wetboek van Strafvordering, in de zaak
van
[belanghebbende],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
hierna: de belanghebbende.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de belanghebbende. Namens deze heeft de advocaat I.A. van Straalen bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Rotterdam, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

2.1.1
Het cassatieberoep richt zich tegen een beschikking van de rechtbank als bedoeld in artikel 36b lid 1, aanhef en onder 4°, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) waarbij een vordering van de officier van justitie als bedoeld in artikel 552f lid 2 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) tot onttrekking aan het verkeer van een onder [betrokkene 1] inbeslaggenomen personenauto is toegewezen.
2.1.2
De rechtbank heeft in deze zaak vastgesteld dat de officier van justitie aan [betrokkene 1] een transactievoorstel heeft gedaan dat inhoudt dat [betrokkene 1] niet vervolgd zal worden voor witwassen als wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden, waaronder het door [betrokkene 1] doen van afstand van de onder 2.1.1 bedoelde auto, en dat [betrokkene 1] aan alle voorwaarden van de transactie heeft voldaan. Daarom moet in cassatie ervan worden uitgegaan dat [betrokkene 1] afstand heeft gedaan van de auto als onderdeel van deze op grond van artikel 74 Sr Pro tussen [betrokkene 1] en de officier van justitie afgesloten transactie om strafvervolging te voorkomen.
2.2
De belanghebbende heeft over de aan de transactie verbonden voorwaarde dat [betrokkene 1] afstand doet van de auto een klaagschrift als bedoeld in artikel 552ab (oud) Sv ingediend. De rechtbank heeft dit klaagschrift bij beschikking van 8 mei 2024 ongegrond verklaard. De Hoge Raad heeft bij beschikking van vandaag, ECLI:NL:HR:2026:1011 (24/03894 B) het cassatieberoep van de belanghebbende tegen die beslissing van de rechtbank verworpen, waardoor ervan moet worden uitgegaan dat de belanghebbende niet redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van de auto kan worden aangemerkt. Dat brengt mee dat de belanghebbende onvoldoende belang heeft bij de behandeling van het cassatieberoep tegen de beschikking van de rechtbank op de vordering tot onttrekking aan het verkeer van die auto.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 juli 2026.