ECLI:NL:HR:2026:1017

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
24 juni 2026
Zaaknummer
24/03800
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 310 SrArt. 359 lid 2 SvArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie tegen arrest hof Arnhem-Leeuwarden inzake winkeldiefstal levensmiddelen

De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die was veroordeeld voor winkeldiefstal van levensmiddelen door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verdachte, geboren in 1998, stelde via zijn advocaat cassatiemiddelen aan de Hoge Raad voor. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld maar oordeelde dat deze niet tot vernietiging van het arrest konden leiden. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering van het hof nader te toetsen, omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De strafmotivering van het hof was uitdrukkelijk onderbouwd, waarbij rekening was gehouden met de LOVS-oriëntatiepunten voor een first offender en persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De opgelegde straf betrof een gevangenisstraf van twee weken.

De Hoge Raad bevestigde hiermee het arrest van het hof en wees het cassatieberoep af. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 7 juli 2026.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de gevangenisstraf van twee weken voor winkeldiefstal.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/03800
Datum7 juli 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 september 2024, nummer 21-004669-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M.I. L'Ghdas bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 juli 2026.