Bij de vordering heeft de Procureur-Generaal de volgende stukken overgelegd:
i. de brief van 25 augustus 2025 van de president van de rechtbank Noord-Nederland (hierna: de president van de rechtbank) aan de Procureur-Generaal inhoudende een verzoek tot het instellen van een vordering tot ontslag van de betrokkene, met de volgende bijlagen:
1. de aanstellingsbrief van 25 maart 2020, het benoemingsbesluit van de Minister voor rechtsbescherming van 26 februari 2020 en het vaststellingsbesluit van de Raad voor de rechtspraak van 18 maart 2020,
2. de besluiten van 1 februari 2023 tot vaststelling van de eindbeoordeling en beëindiging van de benoeming tot rechter in opleiding,
3. de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (hierna: CRvB) van 1 mei 2025 waarin het beroep van de betrokkene tegen de eindbeoordeling ongegrond is verklaard, en
4. de brief van 19 juni 2025 van de president van de rechtbank aan de betrokkene met het verzoek ontslag als rechter-plaatsvervanger aan te vragen;
ii. de e-mail van 5 september 2025 van de president van de rechtbank aan het kabinet van de Procureur-Generaal;
iii. het Koninklijk Besluit van 6 maart 2020 tot benoeming van de betrokkene tot rechter-plaatsvervanger;
iv. de brief van 30 september 2025 van de Procureur-Generaal aan de betrokkene;
v. de e-mail van 3 november 2025 van de betrokkene met haar (verkorte) zienswijze;
vi. de brief van 10 november 2025 van de Procureur-Generaal aan de betrokkene;
vii. de brief van 2 december 2025 van de Procureur-Generaal aan de president van de rechtbank;
viii. de brief van 10 november 2025 van de Procureur-Generaal aan de betrokkene;
ix. de brief van 3 februari 2026 van het kabinet van de Procureur-Generaal aan de betrokkene met de volgende bijlagen:
1. het proces-verbaal van het online zienswijzegesprek, en
2. de brief van de president van de rechtbank aan de Procureur-Generaal van 12 december 2025
x. de brief van 11 februari 2026 van de betrokkene aan de Procureur-Generaal, inhoudende haar reactie op de brief van de president van de rechtbank van 12 december 2025, met de volgende bijlagen:
1. het door de betrokkene ondertekend proces-verbaal van het online zienswijzegesprek;
2. een verklaring van 6 maart 2025 van een andere voormalige rechter in opleiding in de rechtbank Noord-Nederland;
xi. de e-mail van 13 februari 2026 van de betrokkene aan het kabinet van de Procureur-Generaal met als bijlage (naast een kopie van haar hiervoor onder x bedoelde brief van 11 februari 2026 en de daarbij gevoegde verklaring van 6 maart 2025) het evaluatierapport ‘Opleiden voor een toekomstige rechter’ van 18 juni 2025; en
xii. de brief van 26 februari 2026 van het kabinet van de Procureur-Generaal aan de betrokkene met als bijlage het door haar en de Procureur-Generaal ondertekende proces-verbaal van het online zienswijzegesprek.