Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
26 juni 2026.
Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal of eiser de mededelingsplicht had geschonden bij het afsluiten van een verzekering bij Achmea. De procedure begon bij de rechtbank Amsterdam, waarna het gerechtshof Amsterdam meerdere arresten heeft gewezen. Eiser stelde cassatieberoep in tegen de arresten van het hof van 7 mei 2024 en 8 april 2025.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten van eiser niet leiden tot vernietiging van de arresten. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en eiser veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, begroot op een totaal van € 10.708,--, vermeerderd met wettelijke rente indien niet tijdig voldaan. Het arrest is gewezen door de vicepresident Polak als voorzitter en vier raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Salomons.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.