Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
26 juni 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak heeft eiser cassatie ingesteld tegen de arresten van het gerechtshof Amsterdam waarin het hof oordeelde over de schending van de mededelingsplicht door de verzekeringnemer. De procedure begon bij de rechtbank Amsterdam met vonnissen in januari en mei 2022, waarna het hof meerdere arresten uitbracht in augustus 2022, mei 2024 en april 2025.
De Hoge Raad heeft de klachten van eiser tegen de arresten van het hof beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van de arresten. De Hoge Raad heeft daarbij geen nadere motivering gegeven omdat de beoordeling niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en eiser veroordeeld in de kosten van het geding, waaronder een bedrag van € 8.508 aan verschotten en € 2.200 aan salaris, vermeerderd met wettelijke rente indien niet tijdig betaald. Het arrest is gewezen door de vicepresident en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2026.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de eerdere arresten van het hof worden bevestigd.