Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
30 juni 2026.
Hoge Raad
In deze strafzaak tegen een veehouder die zijn runderen onvoldoende verzorgde en geen inzage gaf in diergeneesmiddelenregistratie, werd het cassatieberoep door de verdachte ingesteld. De oproeping voor de terechtzitting van het hof was persoonlijk betekend, waarbij de ontvanger de brief wel las maar weigerde aan te nemen.
Volgens artikel 432 lid 1 sub a Sv Pro moet een cassatieberoep binnen 14 dagen na de einduitspraak worden ingesteld als de oproeping persoonlijk is betekend. De einduitspraak van het hof was op 29 januari 2025, maar het cassatieberoep werd pas op 28 februari 2025 ingediend, ruim na de termijn.
De Hoge Raad oordeelt dat de weigering de brief aan te nemen niet afdoet aan de geldigheid van de betekening. Hierdoor is het beroep niet tijdig ingesteld en verklaart de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk. De zaak wordt niet inhoudelijk behandeld.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening na persoonlijke betekening van de oproeping.