ECLI:NL:HR:2026:107

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
25/03611
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontvankelijkheid van het beroep in cassatie wegens niet-betaling griffierecht

In deze zaak heeft de Hoge Raad op 23 januari 2026 uitspraak gedaan op het beroep in cassatie van [A] tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 21 augustus 2025. Het beroep in cassatie was ingesteld, maar de Hoge Raad heeft geoordeeld dat het beroep niet-ontvankelijk is. Dit oordeel is gebaseerd op het feit dat [A] niet heeft voldaan aan de verschuldigdheid van griffierecht. De griffier van de Hoge Raad heeft [A] op 13 november 2025 per aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht en een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is afgeleverd op het geregistreerde adres van [A], maar het griffierecht is niet betaald. Vervolgens heeft de griffier op 15 december 2025 een tweede aangetekende brief gestuurd om [A] de gelegenheid te geven te verklaren waarom het griffierecht niet was betaald. Ook deze brief is afgeleverd, maar [A] heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. Gezien deze omstandigheden heeft de Hoge Raad op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om een veroordeling in de proceskosten uit te spreken.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer25/03611
Datum23 januari 2026
ARREST
op het door [A] ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 21 augustus 2025, nr. 24/3142.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft [A] bij aangetekende brief van 13 november 2025 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het in de basisregistratie personen geregistreerde adres van [A]. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft [A] bij aangetekende brief van 15 december 2025 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet is betaald. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het hiervoor bedoelde adres van [A]. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Het beroep in cassatie moet daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.T. Boerlage als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2026.