ECLI:NL:HR:2026:1073

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
26 juni 2026
Zaaknummer
24/03047
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij overtreding emissiearme huisvesting

De betrokkene werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel in verband met het opzettelijk houden van meer varkens dan toegestaan volgens het Besluit emissiearme huisvesting. De betrokkene stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.

De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel van de betrokkene beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het hof nader te toetsen, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De advocaat-generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep, en de Hoge Raad heeft dit advies gevolgd. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en is uitgesproken in een openbare terechtzitting op 7 juli 2026.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/03047 P
Datum7 juli 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, economische kamer, van 26 juli 2024, nummer 20-000534-22, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft de advocaat M.J.J.E. Stassen bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 juli 2026.