Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
7 juli 2026.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor poging tot doodslag door het slachtoffer met een mes in het gezicht te steken.
De verdediging voerde aan dat sprake was van noodweer en noodweerexces, waarbij werd betoogd dat de wijze van verdediging niet aan de proportionaliteitseis voldeed en dat hevige gemoedsbewegingen het handelen rechtvaardigden. Het hof oordeelde echter dat de verdediging niet proportioneel was en dat de confrontaties niet zodanig waren dat noodweerexces kon worden aangenomen.
De Hoge Raad heeft de klachten van de verdediging beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad zag geen noodzaak tot nadere motivering omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Het cassatieberoep is derhalve verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor poging tot doodslag blijft in stand.