Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
7 juli 2026.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld voor meermalen gepleegde valsheid in geschrift en het doen van valse aangifte. Het hof oordeelde onder meer dat verdachte zijn eigen DigiD-account gebruikte bij valse aanvragen om coronasteun en dat hij tijdens zijn aangifte verklaarde te zijn 'gezakkenrold'.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest, waarbij zijn advocaten diverse cassatiemiddelen aanvoerden. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten van verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof.
De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het beroep is derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, het arrest van het hof blijft in stand.