Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
7 juli 2026.
Hoge Raad
De betrokkene stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 16 januari 2024, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen wegens medeplichtigheid aan hennepteelt.
Namens de betrokkene diende advocaat N. Roos een cassatiemiddel in, maar de advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.
De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het beroep werd derhalve verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.