Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
30 juni 2026.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag in een strafzaak over winkeldiefstal. De verdachte, van Poolse nationaliteit, stelde dat de dagvaarding in hoger beroep niet correct was betekend omdat geen Poolse vertaling persoonlijk aan hem was uitgereikt.
De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Het beroep is verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof in stand blijft. De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad, op 30 juni 2026.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.