Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
- de akte hoger beroep van 17 december 2015 vermeldt als adres van de verdachte [a-straat 1] in [plaats] ;
- volgens de akte van uitreiking is de dagvaarding in hoger beroep op 1 februari 2016 uitgereikt aan de griffier van de rechtbank, omdat van de verdachte geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is. Verder is die dagvaarding – zoals blijkt uit de tweede akte van uitreiking – op 1 februari 2016 verzonden naar het op die akte van uitreiking vermelde adres van de verdachte in het buitenland ( [b-straat 1] Bus […] in [postcode 1] [plaats] (België));
- de ID-staat SKDB van 9 maart 2016, die aan die dagvaarding is gehecht, houdt in dat de verdachte niet was gedetineerd, dat hij met ingang van 10 augustus 2015 in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (de Hoge Raad begrijpt: basisregistratie personen (hierna: BRP)) is ingeschreven op het adres [b-straat 1] Bus […] in [postcode 1] [plaats] (België) en dat van hem geen laatst opgegeven woon- of verblijfplaats bekend is. Verder houdt die ID-staat SKDB in dat de verdachte vanaf 5 december 2012 tot 9 april 2014 in de BRP stond ingeschreven op het adres [a-straat 1] in [postcode 2] [plaats] .
3.Beslissing
30 juni 2026.