Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.De conclusie van de advocaat-generaal
4.Beoordeling van de aanvraag
5.Beslissing
30 juni 2026.
Hoge Raad
De aanvrager werd door de kantonrechter Amsterdam veroordeeld tot twee weken hechtenis wegens overtreding van artikel 107 lid 1 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, rijden zonder rijbewijs. De aanvraag tot herziening berustte op het feit dat sprake zou zijn van persoonsverwisseling, een gegeven dat bij de oorspronkelijke terechtzitting niet bekend was.
De advocaat-generaal concludeerde tot gegrondverklaring van de herzieningsaanvraag en adviseerde verwijzing naar het gerechtshof. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde gronden een ernstig vermoeden opleveren dat de kantonrechter, indien bekend met de persoonsverwisseling, de aanvrager zou hebben vrijgesproken.
Op grond van artikel 457 lid 1 onder Pro c van het Wetboek van Strafvordering werd de aanvraag gegrond verklaard. De Hoge Raad beval tevens opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwees de zaak naar het gerechtshof Den Haag voor hernieuwde berechting en afdoening.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond wegens persoonsverwisseling en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde berechting.