ECLI:NL:HR:2026:1121

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 juni 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
24/00654
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 312 lid 2 sub 2 SrArt. 31 lid 1 WWMArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 6 lid 1 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf wegens termijnoverschrijding in zaak medeplegen diefstal met geweld en poging wapenoverdracht

In deze zaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van diefstal met geweld en medeplegen van poging tot overdragen van vuurwapens, naar aanleiding van een schietpartij in Tilburg in 2020.

De verdachte stelde in cassatie onder meer dat het hof onterecht bewijs had gebruikt, met name verklaringen van medeverdachten zonder aanvullend steunbewijs. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden en hoefde dit niet nader te motiveren vanwege artikel 81 lid 1 RO Pro.

Wel stelde de Hoge Raad ambtshalve vast dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, waardoor de opgelegde gevangenisstraf moest worden verminderd. De straf werd verlaagd van achttien maanden naar zeventien maanden en twee weken.

De Hoge Raad vernietigde het hofarrest uitsluitend voor de strafmaat en verwierp het beroep voor het overige, waarmee de inhoudelijke veroordeling in stand bleef.

Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot zeventien maanden en twee weken wegens overschrijding van de redelijke termijn; het beroep wordt verder verworpen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/00654
Datum30 juni 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 15 februari 2024, nummer 20-000469-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat P. van de Kerkhof bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van achttien maanden.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze zeventien maanden en twee weken beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
30 juni 2026.