Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
30 juni 2026.
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van diefstal met geweld en medeplegen van poging tot overdragen van vuurwapens, naar aanleiding van een schietpartij in Tilburg in 2020.
De verdachte stelde in cassatie onder meer dat het hof onterecht bewijs had gebruikt, met name verklaringen van medeverdachten zonder aanvullend steunbewijs. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden en hoefde dit niet nader te motiveren vanwege artikel 81 lid 1 RO Pro.
Wel stelde de Hoge Raad ambtshalve vast dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, waardoor de opgelegde gevangenisstraf moest worden verminderd. De straf werd verlaagd van achttien maanden naar zeventien maanden en twee weken.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest uitsluitend voor de strafmaat en verwierp het beroep voor het overige, waarmee de inhoudelijke veroordeling in stand bleef.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot zeventien maanden en twee weken wegens overschrijding van de redelijke termijn; het beroep wordt verder verworpen.