ECLI:NL:HR:2026:1124

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 juni 2026
Publicatiedatum
1 juli 2026
Zaaknummer
25/03612
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287 SrArt. 437 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken cassatiemiddelen

In deze strafzaak was verdachte in hoger beroep veroordeeld voor medeplegen van poging tot doodslag door in 2020 in Nieuw-Amsterdam met kracht tegen het hoofd van een ander te schoppen en te slaan. Verdachte stelde cassatieberoep in bij de Hoge Raad. Echter, er zijn geen cassatiemiddelen ingediend namens verdachte binnen de voorgeschreven termijn. Volgens artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering leidt het niet indienen van cassatiemiddelen tot niet-ontvankelijkheid van het beroep.

De Hoge Raad heeft het beroep van verdachte daarom niet inhoudelijk behandeld en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door raadsheer C.N. Dalebout, in aanwezigheid van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken tijdens de openbare terechtzitting op 30 juni 2026.

De uitspraak bevestigt het belang van het tijdig en correct indienen van cassatiemiddelen om in cassatie te kunnen worden gehoord. De strafrechtelijke inhoudelijke beoordeling blijft daarmee in stand zoals vastgesteld door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van cassatiemiddelen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer25/03612
Datum30 juni 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 september 2025, nummer 21-003746-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
30 juni 2026.