Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
7 juli 2026.
Hoge Raad
De betrokkene werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel in verband met gewoontewitwassen en grootschalige hennepteelt. Het geschil betrof onder meer de methode van eenvoudige kasopstelling volgens artikel 36e lid 3 Sr, waarbij het hof de omzet van eenmanszaak niet meenam, maar wel de aankoop van een auto.
De betrokkene stelde in cassatie meerdere klachten voor, waaronder het verzoek om een boekhouder te horen die afhankelijk was van door betrokkene aangeleverde gegevens. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en dat het niet nodig was om de motivering te geven, omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep werd derhalve verworpen.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken in openbare terechtzitting op 7 juli 2026.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden blijft in stand.