Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
7 juli 2026.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 18 september 2024, waarin hij werd veroordeeld voor opzetheling van een fiets, zoals bedoeld in artikel 416 lid 1 sub a van Pro het Wetboek van Strafrecht.
De verdachte voerde onder meer aan dat hij onrechtmatig was staande gehouden en dat het proces-verbaal van de buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA's) als bewijs moest worden uitgesloten. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het cassatieberoep is derhalve verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor opzetheling van een fiets.