Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
7 juli 2026.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor het wurgen van zijn vrouw in hun woning in Lelystad in 2022, hetgeen werd gekwalificeerd als doodslag. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden sprak op 9 april 2025 een arrest uit waarin de verdachte werd ontslagen van alle rechtsvervolging, maar wel TBS met voorwaarden werd opgelegd.
De verdachte stelde in cassatie meerdere klachten in, waaronder over de bewijswaardering met betrekking tot alternatieve scenario’s en het opzet, alsmede over het causaliteitsverweer dat de dood van het slachtoffer niet aan hem kon worden toegerekend. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet konden leiden tot vernietiging van het arrest van het hof en dat het niet nodig was om de motivering nader toe te lichten, omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president van den Brink als voorzitter en de raadsheren Dalebout en Posthumus, op 7 juli 2026.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het ontslag van alle rechtsvervolging met oplegging van TBS met voorwaarden.