Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
7 juli 2026.
Hoge Raad
De zaak betreft een doodslag gepleegd in 2022 in Amsterdam waarbij de verdachte een ander meermalen met een scherp voorwerp heeft gestoken in zijn woning. Het gerechtshof Amsterdam heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen jaren en TBS met dwangverpleging.
De verdachte stelde in cassatie een bewijsklacht in en voerde een alternatief scenario aan dat een ander het feit zou hebben gepleegd. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het hofarrest uitsluitend voor de duur van de gevangenisstraf, met vermindering naar de gebruikelijke maatstaf, en verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden en dat het niet nodig was om de motivering te geven. Wel constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn was overschreden, waardoor de straf verminderd moest worden. De gevangenisstraf werd daarom verminderd tot acht jaren en zes maanden, terwijl het beroep voor het overige werd verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot acht jaar en zes maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.