ECLI:NL:HR:2026:1137

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 juli 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
26/02131
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 8:16 lid 2 AwbArt. 8:18 lid 3 AwbArt. 6.1 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot wraking in cassatieprocedure belastingzaak

Verzoeker heeft in een cassatieprocedure een wrakingsverzoek ingediend tegen de leden van de Hoge Raad die de zaak behandelen. Het verzoek is ingeschreven onder nummer 26/02131 en betreft een belastingzaak die eerder onder nummer 26/00420 werd behandeld.

De advocaat-generaal heeft afgezien van het nemen van een conclusie. Verzoeker heeft meerdere berichten gestuurd met wrakingsverzoeken, maar deze waren niet gemotiveerd met concrete feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van de rechters zouden aantasten.

De Hoge Raad oordeelt dat het wrakingsverzoek niet voldoet aan de eisen van artikel 8:15 en Pro 8:16 Awb, omdat het niet is gericht tegen individuele rechters en geen feiten bevat die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen. Daarom wordt het verzoek zonder behandeling ter zitting afgewezen.

De beslissing is genomen door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad, en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2026.

Uitkomst: Het verzoek tot wraking wordt afgewezen wegens gebrek aan gemotiveerd en gericht wrakingsverzoek.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
VIERDE KAMER
Nummer26/02131
Datum3 juli 2026
BESLISSING
in de zaak van
[verzoeker] te [plaats] (hierna: verzoeker)
betreffende het door verzoeker ingediende verzoek tot wraking.

1.De procedure

1.1
Verzoeker heeft beroep in cassatie ingesteld in de zaak die bij de belastingkamer van de Hoge Raad is ingeschreven onder nummer 26/00420.
1.2
Bij bericht van 4 juni 2026 heeft verzoeker een verzoek tot wraking ingediend. Het wrakingsverzoek is bij de Hoge Raad ingeschreven onder nummer 26/02131.
1.3
De advocaat-generaal W.L. Valk heeft meegedeeld af te zien van het nemen van een conclusie.
1.4
Op 18, 19 en 22 juni 2026 heeft verzoeker nog berichten toegestuurd onder de aanduidingen ‘wraking wrakingskamer’ en ‘verzoek wraking’. Voor zover verzoeker heeft bedoeld daarmee de wraking te verzoeken van de leden van de wrakingskamer, worden deze verzoeken buiten behandeling gelaten. Zij kunnen niet als een wrakingsverzoek worden aangemerkt omdat ondubbelzinnig kan worden vastgesteld dat in de verzoeken geen enkel feit en geen enkele omstandigheid is vermeld waaruit kan volgen dat de rechterlijke onpartijdigheid van de leden van de wrakingskamer schade kan lijden of dat daarvoor een objectief gerechtvaardigde vrees bestaat. [1]

2.Beoordeling van het wrakingsverzoek

2.1
Op grond van artikel 8:15 Awb Pro kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uit artikel 8:16 lid 2 Awb Pro volgt dat het verzoek moet zijn gemotiveerd.
2.2
Ingevolge artikel 8:18 lid 3 Awb Pro kan de meervoudige kamer in een wrakingszaak, indien het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is, zonder toepassing te geven aan het eerste en tweede lid van artikel 8:18 Awb Pro beslissen het verzoek zonder behandeling ter zitting af te doen. Van kennelijke niet-ontvankelijkheid is onder meer sprake als het verzoek geen betrekking heeft op een met de behandeling van de zaak belaste rechter, waaronder ook valt de situatie waarin het wrakingsverzoek niet tegen een individuele rechter is gericht, en als niet is voldaan aan de eis van artikel 8:16 lid 2 Awb Pro dat het verzoek is gemotiveerd. Van kennelijke ongegrondheid is onder meer sprake als het verzoek wordt onderbouwd met gronden of kwalificaties die niet berusten op door de verzoeker aangevoerde concrete feiten of omstandigheden die erop wijzen dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. [2]
2.3
Verzoeker heeft in zijn verzoek het volgende aangevoerd:
“Dient overig bericht in: Verzoek Wraking
Hoogedelgestrenge Vrouwen/heer
Eiser tot Cassatie . [verzoeker] .verzocht om Pre Judiciele vraagstelling .Vrijstelling inkomsten belasting uit niet meer verdiende inkomsten uit werk en woning ! Box.een.
Alle slachtoffers van opgelopen Letselschade. Eiser tot Cassatie al vanaf maandag 23 april 2001 Slachtoffer van Letselschade . toegebracht door Werkgever [A] van [a-straat 1] [plaats] .
Wederom Volhard uw Hoogedelgestrenge College Hoge Raad Der Nederlanden . Verzoek Pre Judiciele vraagstelling reikwijde van uw Arresten. te beantwoorden . nog te reflecteren. op Juridische Verzoek!
eerste aanleg weigerde de Rechtbank Den Haag. Verzoek Pre Judiciele vraagstelling . te beantwoorden nog op verzoek te reflecteren..
in tweede aanleg .weigerde ook het Gerechtshof Den Haag. Verzoek Pre Judiciele vraagstelling . Vrijstelling Inkomsten belasting Slachtoffers van Letselschade. te beantwoorden . nog te reflecteren op Verzoek Pre Judiciele Vraagstelling. vrijstelling inkomsten belasting Slachtoffers Letselschade .te beantwoorden.
Ook in Derde aanleg ! weigert Uw Hoogedelgestrenge College Hoge Raad Der Nederlanden. Verzoek Pre Judiciele vraagstelling .vrijstelling inkomstenbelasting Box een voor Alle slachtoffers van Letselschade te Beantwoorden .nog conform Fatsoenlijk juridisch hoor en wederhoor te reflecteren.!
Dan is er spraken van schendingen Fair Trial Europese Rechten van de Mens artikel 6.1 E V R M alsmede schending Gelijkheidsbeginsel Nederlandse grondwet.
In Huurrecht heeft uw Hoge Raadsheren. Pre Judische vragen beantwoord.! in Cassatie weigert Uw Raadsheren verzoek Pre Judiciele vraagstelling . reikweide Arresten 1983 /2022. vrijstelling inkomstenbelasting Box .een slachtoffers Letselschade te beantwoorden nog te reflecteren.
Eiser tot Cassatie van mening schending Trias Politica. Belang van het Ministerie van Financien boven belang van Slachtoffers van Letselschade toegepast. Slachtoffers Letselschade heeft er niet om gevraagd. Letselschade op te lopen. alsmede niet gevraagd om oplopen armoedeval van gemiddeld 70 % op te lopen. Schade Belasting dient de Belastingdienst op veroorzakers Letselschade weder te verhalen zeker niet op Slachtoffers van Letselschade!
Met de meeste hoogachting
Eiser tot cassatie [verzoeker] +5 mede gedupeerde gezinsleden”
2.4
Het verzoek richt zich niet tegen een of meer individuele rechters. Verder bevat het geen feiten of omstandigheden die kunnen meebrengen dat de rechterlijke onpartijdigheid bij de behandeling van het beroep in cassatie schade zou kunnen lijden, waarmee het verzoek niet voldoet aan de eis dat het is gemotiveerd.
Het verzoek is dus kennelijk niet-ontvankelijk en kennelijk ongegrond. Om die redenen zal de Hoge Raad het verzoek zonder behandeling ter zitting afwijzen.

3.Beslissing

De Hoge Raad wijst het verzoek tot wraking af.
Deze beslissing is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren F.J.P. Lock en G.C. Makkink, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier C.E. Cornet, en in het openbaar uitgesproken op
3 juli 2026.

Voetnoten

1.Vgl. Kamerstukken II 2023/24, 36463, nr. 3, p. 18 en HR 16 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:370, rov. 2.7.3.
2.Zie voor een en ander Kamerstukken II 2023/24, 36463, nr. 3, p. 17-18.