Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
7 juli 2026.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van mensenhandel in de vorm van arbeidsuitbuiting van au-pairs uit Indonesië. De Hoge Raad heeft het beroep van verdachte beoordeeld en geconcludeerd dat de ingebrachte klachten niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.
De klachten betroffen onder meer de wetenschap van de verdachte omtrent de kwetsbare positie van de aangeefsters en het misbruik daarvan, alsmede de beoordeling van de redelijke termijn in de procedure. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om inhoudelijk op deze vragen in te gaan, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De advocaat-generaal had reeds geconcludeerd tot verwerping van het beroep, en de Hoge Raad volgde dit advies. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president Borgers als voorzitter en de raadsheren Kuijer en Trotman, waarna het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof Amsterdam blijft in stand.