ECLI:NL:HR:2026:1149

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
24/04186
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 273f SrArt. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak medeplegen mensenhandel arbeidsuitbuiting au-pairs

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van mensenhandel in de vorm van arbeidsuitbuiting van au-pairs uit Indonesië. De Hoge Raad heeft het beroep van verdachte beoordeeld en geconcludeerd dat de ingebrachte klachten niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.

De klachten betroffen onder meer de wetenschap van de verdachte omtrent de kwetsbare positie van de aangeefsters en het misbruik daarvan, alsmede de beoordeling van de redelijke termijn in de procedure. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om inhoudelijk op deze vragen in te gaan, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De advocaat-generaal had reeds geconcludeerd tot verwerping van het beroep, en de Hoge Raad volgde dit advies. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president Borgers als voorzitter en de raadsheren Kuijer en Trotman, waarna het beroep werd verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof Amsterdam blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/04186
Datum7 juli 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 6 november 2024, nummer 23-000328-24, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden van de verdachte en de advocaat B.P.L. de Vries hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 juli 2026.