ECLI:NL:HR:2026:1155

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 juli 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
25/02780
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6:203 BWArt. 150 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake terugvordering onverschuldigde betaling in faillissement

In deze zaak heeft eiseres B.V. cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 mei 2025, waarin het hof een geschil beslecht over de terugvordering van bedragen die door failliet vóór het faillissement zijn betaald. De kern van het geschil betreft de betalingsgrondslag, de stelplicht en bewijslast bij mondelinge afspraken en de betwisting daarvan.

De Hoge Raad verwijst voor het geding in feitelijke instanties naar het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 28 februari 2024 en het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De curator is in cassatie niet verschenen. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaten van eiseres schriftelijk hebben gereageerd.

De Hoge Raad heeft de klachten van eiseres beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiseres in de kosten van het geding in cassatie, die aan de zijde van de curator nihil zijn begroot. Het arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer F.R. Salomons.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer25/02780
Datum3 juli 2026
ARREST
In de zaak van
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres] ,
advocaten: J.H.M. van Swaaij en R.J. ter Rele,
tegen
Ide Jan WOLTMAN,
in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [A] B.V.,
kantoorhoudende te Bolsward,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de curator,
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/17/183723 / HA ZA 22-96 van de rechtbank Noord-Nederland van 28 februari 2024;
b. het arrest in de zaak 200.340.980 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 mei 2025.
[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen de curator is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van [eiseres] hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op
3 juli 2026.