ECLI:NL:HR:2026:1161

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 juli 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
26/00217
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland van 22 december 2025. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief op 5 maart 2026 op de verschuldigdheid van het griffierecht en stelde een betalingstermijn van vier weken. Deze brief werd afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres.

Het griffierecht werd echter niet voldaan. Vervolgens ontving belanghebbende op 7 april 2026 een tweede aangetekende brief waarin hij werd uitgenodigd om een verklaring te geven voor het niet betalen van het griffierecht. Ook deze brief werd afgeleverd, maar belanghebbende maakte geen gebruik van deze gelegenheid.

Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest werd op 3 juli 2026 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren M.T. Boerlage, A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer26/00217
Datum3 juli 2026
ARREST
op het door [X] (hierna: belanghebbende) ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland van 22 december 2025, nr. HAA 24/7331 V.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 5 maart 2026 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 7 april 2026 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet is betaald. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres. Belanghebbende heeft van deze gelegenheid geen gebruikgemaakt. Het beroep in cassatie moet daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb nietontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.T. Boerlage als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2026.