ECLI:NL:HR:2026:117

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
24/01806
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 310 SrArt. 300.1 SrArt. 304.1.3 SrArt. 381.1 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in diefstal- en mishandelingszaak wegens afstand van hoger beroep

In deze strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van diefstal en mishandeling van een ambtenaar, heeft het gerechtshof Den Haag het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte rechtsgeldig afstand had gedaan van het hoger beroep. De verdediging voerde aan dat verdachte geen afstand had gedaan of dit niet begreep, maar het hof vond dit geen bijzondere omstandigheden die de afstand ongeldig maken.

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De advocaat-generaal adviseerde het beroep te verwerpen. De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad motiveert dit niet uitvoerig omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het arrest is gewezen door de vice-president Borgers en raadsheren Kooijmans en Trotman. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/01806
Datum27 januari 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 24 april 2024, nummer 22-002791-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat B. van Gestel bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouw van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
27 januari 2026.