Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beoordeling van het vierde cassatiemiddel
5.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
6.Beslissing
7 juli 2026.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 1 december 2022. Het hof had verdachte veroordeeld voor meerdere feiten van medeplegen en deelneming aan een criminele drugsorganisatie.
De Hoge Raad constateerde dat het hof zijn beslissing niet in het openbaar had uitgesproken, wat in strijd is met artikel 362 lid 1 Sv Pro. Daarom sprak de Hoge Raad zelf de beslissing in het openbaar uit. Tevens oordeelde de Hoge Raad ambtshalve dat het feit van medeplegen aanwezig hebben van hasj was verjaard, waardoor het openbaar ministerie niet-ontvankelijk werd verklaard voor dat feit.
Verder werd vastgesteld dat de redelijke termijn was overschreden, wat leidde tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf met vier jaar. De overige cassatiemiddelen werden verworpen. De Hoge Raad vernietigde het hofarrest deels en beperkte de straf tot drie jaar en acht maanden.
Deze uitspraak benadrukt het belang van het openbaarheidsvereiste bij vonnissen en arresten en de toepassing van verjaring en redelijke termijn in strafzaken.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest deels, verklaart OM niet-ontvankelijk voor verjaringsfeit en vermindert gevangenisstraf tot drie jaar en acht maanden.