Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
7 juli 2026.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 7 juli 2026 uitspraak gedaan in het cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 1 december 2022, waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van het aanwezig hebben van heroïne en cocaïne in twee panden.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het hofarrest. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar uitsluitend met betrekking tot de duur van de opgelegde gevangenisstraf, en tot vermindering van de straf. De overige klachten werden verworpen.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over de inhoud van het hofarrest niet tot vernietiging konden leiden. Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden, omdat de stukken te laat door het hof waren ingezonden en de cassatieschriftuur pas na meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep was ingediend.
Hierdoor werd de opgelegde gevangenisstraf verminderd van drie jaar tot twee jaar en negen maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd tot twee jaar en negen maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.