Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
7 juli 2026.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor het telen van een grote hoeveelheid hennepplanten, namelijk 360 stuks, in een door hem gehuurde bovenwoning. In cassatie werd betoogd dat het aantal planten niet op juiste wijze was vastgesteld, waarbij de verdediging stelde dat het aantal planten moest worden geschat aan de hand van het aantal potten op foto's in plaats van het aantal assimilatielampen per kweekruimte.
De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel beoordeeld en geoordeeld dat het hof voldoende nauwkeurig en onderbouwd heeft verwezen naar de redengevende feiten en omstandigheden, onder meer door in een voetnoot te verwijzen naar een rapport met de berekening van het aantal planten. De klachten van de verdediging konden niet leiden tot vernietiging van het arrest.
De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel nader toe te lichten, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen en het arrest van het hof Amsterdam bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor het telen van 360 hennepplanten.