ECLI:NL:HR:2026:1184

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
3 juli 2026
Zaaknummer
24/03112
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 163 lid 6 WVW 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt opzet bij weigering bloedonderzoek volgens art. 163 lid 6 WVW 1994

In deze strafzaak stond de weigering van verdachte om mee te werken aan een bloedonderzoek centraal, zoals bedoeld in artikel 163 lid 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994. De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken, maar het gerechtshof Amsterdam oordeelde anders en stelde vast dat sprake was van opzet bij de weigering.

De verdachte stelde in cassatie een bewijsklacht in tegen het oordeel van het hof. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep, waarbij hij de motivering en bewijsoverwegingen van het hof onderschreef. Het hof had op basis van de feiten en het bewijs zonder meer kunnen afleiden dat de verdachte opzettelijk had geweigerd mee te werken aan het bloedonderzoek.

De Hoge Raad volgde de conclusie van de advocaat-generaal en verwierp het cassatieberoep. Hiermee bleef het arrest van het hof Amsterdam in stand, waarmee de opzet van de verdachte bij de weigering van het bloedonderzoek definitief werd vastgesteld.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het oordeel van het hof dat sprake is van opzet bij weigering van bloedonderzoek.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/03112
Datum14 juli 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen arrest van het gerechtshof Amsterdam van 6 augustus 2024, nummer 23-002812-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat D.A.W. Dekker bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over (de motivering van) de bewezenverklaring.
2.2
De bewezenverklaring en de bewijsoverwegingen van het hof zijn weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4 en 5. De bewezenverklaring steunt verder op de bewijsmiddelen die zijn opgenomen in (de aanvulling op) het arrest van het hof.
2.3
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 5 en 6.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 juli 2026.