Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
Overschrijding van de redelijke termijn met meer dan vier jaren.
3.Beslissing
14 juli 2026.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een strafzaak over openlijke geweldpleging en wederspannigheid. De verdachte stelde dat de redelijke termijn voor berechting in hoger beroep met meer dan vier jaar was overschreden, een verweer dat door zijn raadsvrouw tijdens de terechtzitting werd ingebracht.
Het hof heeft echter nagelaten om gemotiveerd op dit verweer te beslissen, hetgeen door de Hoge Raad als een schending van het recht op een eerlijk proces wordt aangemerkt. De Hoge Raad neemt aan dat de redelijke termijn in hoger beroep inderdaad is overschreden en constateert daarnaast dat ook in de cassatieprocedure de redelijke termijn is overschreden.
Gezien de aard van de opgelegde straf, een taakstraf van zestig uren, acht de Hoge Raad het niet nodig om verdere rechtsgevolgen aan deze termijnoverschrijding te verbinden. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en oordeelt dat de redelijke termijn in hoger beroep en cassatie is overschreden zonder verdere rechtsgevolgen.