Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
14 juli 2026.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van afdreiging met een geldbedrag en mobiele telefoons. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar alleen voor de strafduur, met vermindering van de gevangenisstraf.
De Hoge Raad oordeelt dat de klachten van de verdachte tegen het hofarrest niet leiden tot vernietiging van het arrest zelf, behalve voor de strafduur. De Hoge Raad constateert dat de redelijke termijn in hoger beroep, zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro, is overschreden met meer dan twee jaar en twee maanden.
Als gevolg hiervan vermindert de Hoge Raad de opgelegde gevangenisstraf met tien maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Het arrest van het hof wordt vernietigd voor wat betreft de strafduur en het cassatieberoep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd met tien maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep.