ECLI:NL:HR:2026:1200

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
6 juli 2026
Zaaknummer
24/02885
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.A OpiumwetArt. 28.1 SvArt. 81.1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak uitvoer cocaïne naar België

In deze strafzaak stond de uitvoer van ongeveer 102 gram cocaïne naar België centraal, waarbij verdachte werd vervolgd op grond van artikel 2.A van de Opiumwet. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had op 24 juli 2024 een arrest gewezen waarin het recht op consultatiebijstand tijdens de voorgeleiding bij de (hulp) officier van justitie werd besproken.

De verdachte stelde in cassatie dat zijn recht op consultatiebijstand was geschonden, maar het hof oordeelde dat er geen sprake was van een verhoorsituatie en dat het recht op consultatiebijstand niet was geschonden. De advocaat-generaal adviseerde de Hoge Raad om het cassatieberoep te verwerpen.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep is derhalve verworpen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof over de uitvoer van cocaïne en het recht op consultatiebijstand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/02885
Datum14 juli 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 juli 2024, nummer 20-000905-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J.J.J. van Rijsbergen bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 juli 2026.