Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
7 juli 2026.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van het bedrijfsmatig opzettelijk verkopen, te koop aanbieden en in voorraad hebben van vervalste merkkleding en accessoires, meermalen gepleegd.
De Hoge Raad heeft de ingebrachte klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De klachten betroffen onder meer een grondslagverlating en kwalificatieklacht, maar de Hoge Raad vond geen reden om het arrest te vernietigen.
Daarnaast werd geoordeeld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden doordat stukken te laat door het hof waren ingezonden en de uitspraak meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep plaatsvond. Desondanks vond de Hoge Raad, gelet op de opgelegde straf van acht maanden waarvan zes voorwaardelijk, geen aanleiding tot een ander rechtsgevolg dan de constatering van termijnoverschrijding.
Het cassatieberoep werd uiteindelijk verworpen, waarmee het hofarrest in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest wordt bevestigd ondanks overschrijding van de redelijke termijn.