Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
14 juli 2026.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 3 juli 2024, waarin verdachte werd veroordeeld voor zware mishandeling door herhaaldelijk tegen het hoofd van het slachtoffer te slaan, resulterend in blijvende gehoorschade.
Verdachte stelde meerdere cassatiemiddelen voor, waaronder een preliminair verweer tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie op grond van een eerder ontvangen sepotbrief en klacht ex artikel 12 Sv Pro. Tevens werd aangevoerd dat het hof had verzuimd te beslissen op het verzoek tot het horen van twee getuigen in hoger beroep en dat het bewezenverklaren van zwaar lichamelijk letsel niet kon worden aangenomen.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest uitsluitend voor wat betreft de strafduur, met vermindering daarvan, maar tot verwerping van het beroep voor het overige. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en verwerpt het beroep zonder nadere motivering, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor zware mishandeling met blijvende gehoorschade.