ECLI:NL:HR:2026:122

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 februari 2026
Publicatiedatum
26 januari 2026
Zaaknummer
24/00802
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 420quater.1.b SrArt. 51f.1 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak schuldwitwassen en vordering benadeelde partij

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 27 februari 2024, waarin verdachte werd veroordeeld voor schuldwitwassen van geld op een bankrekening. De benadeelde partij had een vordering ingesteld wegens rechtstreekse schade als gevolg van de witwashandelingen.

De verdachte stelde in cassatie meerdere klachten aan de orde, onder meer over de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij en de motivering van het hof ten aanzien van de hoofdelijke aansprakelijkheid. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. Daarbij heeft de Hoge Raad geen nadere motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het cassatieberoep is derhalve verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft. De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, tijdens een openbare terechtzitting op 3 februari 2026.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het hofarrest in de schuldwitwaszaak.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/00802
Datum3 februari 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 27 februari 2024, nummer 20-001826-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte]
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1949,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat C.W.J. Faber bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
3 februari 2026.