Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
14 juli 2026.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de vraag centraal of verdachte de gebruiker was van een telefoonnummer en of hij twee stroomstootwapens voorhanden had. Het gerechtshof Amsterdam had verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde bezit van de wapens. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar alleen met betrekking tot de hoogte van de opgelegde geldboete, die volgens hem verminderd moest worden.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof op basis van de feiten en bewijsmiddelen terecht had vastgesteld dat verdachte de gebruiker was van het telefoonnummer en dat hij de stroomstootwapens voorhanden had gehad. Dit oordeel was niet onbegrijpelijk en het cassatiemiddel faalde daarom. Wel stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn was overschreden, waardoor de opgelegde geldboete en de vervangende hechtenis moesten worden verminderd.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de hoogte van de geldboete en de duur van de vervangende hechtenis, en stelde deze vast op € 1.045 respectievelijk 20 dagen hechtenis. Het beroep werd voor het overige verworpen, waarmee de vrijspraak in eerste aanleg en het oordeel van het hof in stand bleven.
Uitkomst: Vrijspraak voor het bezit van stroomstootwapens bevestigd, geldboete verminderd wegens termijnoverschrijding.