ECLI:NL:HR:2026:1221

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
24/01862
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26.1 WWMArt. 6 lid 1 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak voor voorhanden hebben van stroomstootwapens bevestigd, geldboete verminderd wegens termijnoverschrijding

In deze strafzaak stond de vraag centraal of verdachte de gebruiker was van een telefoonnummer en of hij twee stroomstootwapens voorhanden had. Het gerechtshof Amsterdam had verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde bezit van de wapens. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar alleen met betrekking tot de hoogte van de opgelegde geldboete, die volgens hem verminderd moest worden.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof op basis van de feiten en bewijsmiddelen terecht had vastgesteld dat verdachte de gebruiker was van het telefoonnummer en dat hij de stroomstootwapens voorhanden had gehad. Dit oordeel was niet onbegrijpelijk en het cassatiemiddel faalde daarom. Wel stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn was overschreden, waardoor de opgelegde geldboete en de vervangende hechtenis moesten worden verminderd.

De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de hoogte van de geldboete en de duur van de vervangende hechtenis, en stelde deze vast op € 1.045 respectievelijk 20 dagen hechtenis. Het beroep werd voor het overige verworpen, waarmee de vrijspraak in eerste aanleg en het oordeel van het hof in stand bleven.

Uitkomst: Vrijspraak voor het bezit van stroomstootwapens bevestigd, geldboete verminderd wegens termijnoverschrijding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/01862
Datum14 juli 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen arrest van het gerechtshof Amsterdam van 25 april 2024, nummer 23-003093-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat P.A. van der Waal bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.T.C. van Kampen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over (de motivering van) de bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde.
2.2
De bewezenverklaring en de bewijsoverwegingen van het hof zijn weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.
2.3
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde geldboete van € 1.100, subsidiair 21 dagen hechtenis.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete en de duur van de vervangende hechtenis;
- vermindert de geldboete en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat deze € 1.045, subsidiair 20 dagen hechtenis bedragen;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 juli 2026.