Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
10 juli 2026.
Hoge Raad
Betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 4 april 2025, waarin een opvolgende machtiging tot opname en verblijf op grond van artikel 24 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd) werd bevestigd. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft de klachten van betrokkene beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de bestreden beschikking. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en daarmee de beschikking van de rechtbank bekrachtigd. De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Schaafsma, Salomons en Teuben, waarbij Salomons de uitspraak in het openbaar heeft uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beschikking van de rechtbank over de opvolgende machtiging tot opname en verblijf.