ECLI:NL:HR:2026:1245
Hoge Raad
- Cassatie in het belang der wet
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep naheffingsaanslag Curaçao wegens vertrouwensbeginsel
In deze zaak is aan een naamloze vennootschap (NV) een naheffingsaanslag winstbelasting over 2013 opgelegd. De NV maakte bezwaar tegen deze aanslag, waarna beroep werd ingesteld bij het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao. Dit gerecht verklaarde het beroep gegrond wegens niet-tijdig beslissen, maar wees het bezwaar inhoudelijk af. De NV stelde vervolgens hoger beroep in, dat het Hof niet-ontvankelijk verklaarde omdat de NV geen belang meer zou hebben vanwege het vertrouwensbeginsel dat invordering in de weg zou staan.
De NV baseerde dit op uitlatingen van de Minister van Financiën van Curaçao op diens privé-Facebookpagina, waarin werd aangekondigd dat aanslagen over 2017 en oudere jaren zouden worden gecanceld. De naheffingsaanslag stond aanvankelijk afgeboekt op het debiteurenoverzicht, maar later weer teruggeboekt. De Minister stelde later uitzonderingen op het opschoningsbeleid, waaronder voor grote belastingschulden met verhaalsmogelijkheden, waaronder de schuld van de NV.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof ten onrechte het hoger beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard. De afboeking van de aanslag door de ontvanger is geen ondubbelzinnige verklaring dat invordering niet meer zal plaatsvinden. Het vertrouwensbeginsel kan niet door de belastingrechter worden beoordeeld, maar behoort tot de bevoegdheid van de burgerlijke rechter. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het Hof in het belang der wet zonder nadelige gevolgen voor partijen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en oordeelt dat het hoger beroep niet-ontvankelijk had mogen worden verklaard wegens gebrek aan belang op grond van het vertrouwensbeginsel.