Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
14 juli 2026.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam inzake invoer van harddrugs. De verdediging stelde dat het hof in zijn arrest niet de gebruikte bewijsmiddelen had opgenomen, wat volgens artikel 359 lid 3 en Pro 8 Sv vereist is.
Bij de stukken die aan de Hoge Raad waren gezonden, bevond zich slechts een 'extract-arrest' van het hof zonder de bewijsmiddelen. De raadsman verzocht om toezending van het volledige arrest met bewijsmiddelen, maar het hof gaf aan dat zo'n document niet was opgemaakt.
De Hoge Raad oordeelde dat het ontbreken van de bewijsmiddelen in het arrest een nietigheid oplevert, waardoor het arrest niet in stand kan blijven. Het cassatiemiddel werd gegrond verklaard, het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen naar het hof Amsterdam voor een nieuwe berechting.
De beslissing werd genomen door de vice-president en twee raadsheren, uitgesproken in openbare terechtzitting op 14 juli 2026.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens ontbreken van bewijsmiddelen en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.