ECLI:NL:HR:2026:1275
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in zaak Tijdelijke noodmaatregelen overbrugging werkgelegenheid
Belanghebbende, een B.V., stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland in een geschil betreffende de Tijdelijke noodmaatregelen overbrugging voor behoud van werkgelegenheid.
De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie aan de hand van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Deze bepaling beperkt de kennisname van de Hoge Raad tot zaken waarbij de wet cassatie openstelt. In dit geval is geen wettelijke bepaling die cassatie openstelt tegen uitspraken van de bestuursrechter in geschillen over de genoemde Tijdelijke noodmaatregelen.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en werd het betaalde griffierecht aan belanghebbende teruggegeven. Het arrest werd gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een wettelijke cassatiegrond.