ECLI:NL:HR:2026:1275

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juli 2026
Publicatiedatum
10 juli 2026
Zaaknummer
26/01234
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 78 lid 4 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in zaak Tijdelijke noodmaatregelen overbrugging werkgelegenheid

Belanghebbende, een B.V., stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland in een geschil betreffende de Tijdelijke noodmaatregelen overbrugging voor behoud van werkgelegenheid.

De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie aan de hand van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Deze bepaling beperkt de kennisname van de Hoge Raad tot zaken waarbij de wet cassatie openstelt. In dit geval is geen wettelijke bepaling die cassatie openstelt tegen uitspraken van de bestuursrechter in geschillen over de genoemde Tijdelijke noodmaatregelen.

Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en werd het betaalde griffierecht aan belanghebbende teruggegeven. Het arrest werd gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een wettelijke cassatiegrond.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer26/01234
Datum10 juli 2026
ARREST
op het door [X] B.V. (hierna: belanghebbende), vertegenwoordigd door J.W. Lubbers, ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland van 26 februari 2026, nr. HAA 25/3861 V.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Op grond van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad alleen kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Rechtbank als deze, die is gedaan in een geschil betreffende de Tijdelijke noodmaatregelen overbrugging voor behoud van werkgelegenheid. Het beroep in cassatie moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.T. Boerlage als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026.
Het door belanghebbende betaalde griffierecht wordt door de griffier van de Hoge Raad aan belanghebbende teruggegeven.