Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
17 juli 2026.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de vrouw cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof 's-Hertogenbosch betreffende het huwelijkse vermogensrecht, met name de voldoening van een onderbedelingsvordering en de verrekening van achterstallige alimentatie. De procedure in de lagere instanties omvat meerdere beslissingen van de rechtbank Zeeland-West-Brabant en het hof, die de Hoge Raad in haar beschikking verwijst.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep moet worden verworpen, waarop de vrouw schriftelijk heeft gereageerd. De Hoge Raad heeft de klachten van de vrouw beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de beschikking van het hof. Daarbij heeft de Hoge Raad geen motivering gegeven omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het beroep van de vrouw verworpen en de beschikking van het hof gehandhaafd. De uitspraak is gedaan door de vicepresident en raadsheren van de civiele kamer en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beschikking van het hof.