ECLI:NL:HR:2026:1280

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 juli 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
25/04243
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 3:185 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake huwelijkse vermogensrecht en verrekening alimentatie

In deze zaak heeft de vrouw cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof 's-Hertogenbosch betreffende het huwelijkse vermogensrecht, met name de voldoening van een onderbedelingsvordering en de verrekening van achterstallige alimentatie. De procedure in de lagere instanties omvat meerdere beslissingen van de rechtbank Zeeland-West-Brabant en het hof, die de Hoge Raad in haar beschikking verwijst.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep moet worden verworpen, waarop de vrouw schriftelijk heeft gereageerd. De Hoge Raad heeft de klachten van de vrouw beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de beschikking van het hof. Daarbij heeft de Hoge Raad geen motivering gegeven omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft het beroep van de vrouw verworpen en de beschikking van het hof gehandhaafd. De uitspraak is gedaan door de vicepresident en raadsheren van de civiele kamer en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beschikking van het hof.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer25/04243
Datum17 juli 2026
BESCHIKKING
In de zaak van
[de vrouw],
wonende te [plaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: de vrouw,
advocaten: M.B.A. Alkema en M. Littooij,
tegen
[de man],
wonende te [plaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de man,
advocaat: H.J.W. Alt.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikkingen in de zaken C/02/333820 / FA RK 17-4172 en C/02/337067 / FA RK 17-5834 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 19 juni 2018, 9 juni 2020, 22 juni 2021, 17 maart 2023, 23 mei 2023 en 12 juni 2023;
b. de beschikking in de zaak 200.345.442/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 21 augustus 2025.
De vrouw heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De man heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.E. Bartels strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van de vrouw hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op
17 juli 2026.