ECLI:NL:HR:2026:1284

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 juli 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
25/01722
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt oordeel hof over afrekening onderaanneming na beëindiging overeenkomst

In deze zaak stond de uitleg van een overeenkomst van onderaanneming centraal, waarbij het geschil ging over de afrekening na beëindiging van de overeenkomst. De zaak betrof partijen uit Nederland en Turkije, waarbij SPIE als eiseres tot cassatie optrad tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam, en ABT c.s. incidenteel cassatieberoep instelden.

De Hoge Raad verwees voor het geding in de feitelijke instanties naar eerdere vonnissen van de rechtbank Amsterdam en het arrest van het gerechtshof Amsterdam. Beide partijen concludeerden tot verwerping van elkaars beroep. De Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping van zowel het principale als het incidentele cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten tegen het arrest van het hof niet konden leiden tot vernietiging van dat arrest. Omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, werd geen nadere motivering gegeven. Beide cassatieberoepen werden verworpen en partijen werden in de kosten veroordeeld.

De uitspraak bevestigt daarmee het oordeel van het hof over de uitleg van de onderaannemingsovereenkomst en de afrekening na beëindiging, waarmee het geschil definitief is beslecht.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt zowel het principale als het incidentele cassatieberoep en bevestigt het arrest van het gerechtshof.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer25/01722
Datum17 juli 2026
ARREST
In de zaak van
INFRASTRUCTURE SERVICES & PROJECTS B.V.,
gevestigd te Houten,
EISERES tot cassatie, verweerster in het incidentele cassatieberoep,
hierna: SPIE,
advocaat: M.W. Scheltema,
tegen
1. ABT MEP V.O.F.,
gevestigd te Nieuwegein,
2. ANEL ELEKTRIK PROJE TAAHHÜT TICARET ANONIM SIRKETI,
gevestigd te Istanbul, Turkije,
3. BALLAST NEDAM BOUW & ONTWIKKELING SPECIALE PROJECTEN B.V.,
gevestigd te Nieuwegein,
4. TAV TEPE AFKEN YATIRIM INSAAT VE ISLETME ANONIM SIRKETI,
gevestigd te Istanbul, Turkije,
VERWEERSTERS in cassatie, eiseressen in het incidentele cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: ABT c.s.,
advocaat: M.E. Bruning.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/13/706191/ HA ZA 21-752 van de rechtbank Amsterdam van 13 oktober 2021, 2 maart 2022 en 24 augustus 2022;
b. het arrest in de zaak 200.319.478/01 van het gerechtshof Amsterdam van 11 februari 2025.
SPIE heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
ABT c.s. hebben incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep en van het incidenteel cassatieberoep.
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
in het principale beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt SPIE in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ABT c.s. begroot op € 905,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien SPIE deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan;
in het incidentele beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt ABT c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van SPIE begroot op € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien ABT c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op
17 juli 2026.