ECLI:NL:HR:2026:130

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 januari 2026
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
25/00026
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROWet verplichte geestelijke gezondheidszorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen zorgmachtiging zonder motivering

Betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag betreffende een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De klachten betreffen onder meer overschrijding van de beslistermijn, het niet invullen van de zorgkaart en de eisen aan de medische verklaring.

De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend, en de Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van betrokkene heeft hier schriftelijk op gereageerd.

De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de beschikking. Op grond van artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie is geen motivering vereist omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad heeft het beroep derhalve verworpen en de beschikking van de rechtbank gehandhaafd.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep tegen de beschikking van de rechtbank inzake de zorgmachtiging zonder nadere motivering.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer25/00026
Datum30 januari 2026
BESCHIKKING
In de zaak van
[betrokkene],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: betrokkene,
advocaat: M.A.M. Wagemakers,
tegen
OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT DEN HAAG,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: officier van justitie,
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/09/673498 / FA RK 24-7126 van de rechtbank Den Haag van 9 oktober 2024.
Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.M. Coenraad strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van betrokkene heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
30 januari 2026.