ECLI:NL:HR:2026:1306
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in zaak Tijdelijke noodmaatregelen overbrugging werkgelegenheid
Belanghebbende, een B.V., stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland in een geschil betreffende de Tijdelijke noodmaatregelen overbrugging voor behoud van werkgelegenheid.
De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het cassatieberoep aan de hand van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie, dat bepaalt dat de Hoge Raad alleen kennis kan nemen van cassatieberoepen tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover dit bij wet is bepaald.
Omdat er geen wettelijke bepaling bestaat die cassatie openstelt tegen uitspraken van de Rechtbank in zaken over de Tijdelijke noodmaatregelen overbrugging werkgelegenheid, verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten en bepaalde dat het betaalde griffierecht wordt teruggegeven.
Het arrest werd gewezen door de raadsheren Boerlage, van der Voort Maarschalk en van Roij en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2026.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van wettelijke cassatiegrond.