Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
24 maart 2026.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 13 oktober 2023, waarin het beslag op 331 kilogram 3-CMC, een designer drug, werd gehandhaafd onder verdenking van overtreding van artikel 174 en Pro 175 van het Wetboek van Strafrecht.
De klaagster stelde dat het beslag onrechtmatig was en dat de rechtbank onvoldoende had onderzocht of de voortzetting van het beslag proportioneel en subsidiar was, gezien de aanzienlijke waarde van de inbeslaggenomen partij. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de vragen te beantwoorden die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bedoeld in artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarom heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen en de beschikking van de rechtbank gehandhaafd. De uitspraak werd gedaan door de vice-president Borgers, met raadsheren Posthumus en Kuiper, op 24 maart 2026.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beslag op 3-CMC blijft gehandhaafd.