ECLI:NL:HR:2026:138

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 januari 2026
Publicatiedatum
30 januari 2026
Zaaknummer
25/02635
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 78 lid 4 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 80a RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie tegen uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak niet-ontvankelijk

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 juli 2025. De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van dit beroep aan de hand van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie, dat bepaalt dat de Hoge Raad alleen kennis kan nemen van cassatieberoepen tegen uitspraken van de bestuursrechter indien dit bij wet is toegestaan.

In deze zaak is geen wettelijke bepaling die cassatie openstelt tegen uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen.

Het arrest is gewezen door de raadsheren M.T. Boerlage (voorzitter), A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, en in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2026.

Uitkomst: Het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer25/02635
Datum30 januari 2026
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 juli 2025, nr. 202501039/3/A2.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Op grond van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad alleen kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het beroep in cassatie moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.T. Boerlage als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2026.