Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
3 februari 2026.
Hoge Raad
De betrokkene werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit de teelt van 1.116 hennepplanten en 654 hennepstekken. Het hof baseerde zijn oordeel op voldoende aanwijzingen dat de betrokkene in de periode van 1 oktober 2016 tot 12 september 2017 hennep heeft geteeld.
In cassatie stelde de betrokkene dat het hof de schatting van het voordeel in strijd met de onschuldpresumptie had gebaseerd op een periode waarvan hij deels was vrijgesproken, en dat het oordeel van het hof onvoldoende was gemotiveerd. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en dat het niet nodig was om de motivering nader toe te lichten, mede gelet op artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het beroep werd derhalve verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.