Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Beslissing
6 januari 2026.
Hoge Raad
In deze zaak hebben klaagsters beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Overijssel betreffende een klaagschrift op grond van artikel 552a Sv en artikel 98 lid 4 jo Pro. 552a Sv. De klacht richt zich op het ontbreken van een proces-verbaal van het raadkameronderzoek, zoals voorgeschreven in artikel 25 lid 1 Sv Pro.
De Hoge Raad stelt vast dat het proces-verbaal van het raadkameronderzoek van 24 maart 2023 niet is opgemaakt en ontbreekt bij de aan de Hoge Raad gezonden stukken. Dit is in strijd met de wettelijke voorschriften die bepalen dat de griffier een proces-verbaal moet opmaken met de zakelijke inhoud van de verklaringen en het verloop van het onderzoek.
Naar aanleiding van een verzoek van de raadsman is bij de rechtbank nadere informatie ingewonnen, waaruit blijkt dat het proces-verbaal inderdaad niet is opgemaakt. Gelet hierop vernietigt de Hoge Raad de beschikking van de rechtbank en wijst de zaak terug naar de rechtbank Overijssel voor een nieuwe behandeling en afdoening. De overige cassatiemiddelen behoeven geen bespreking.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking wegens ontbreken van het proces-verbaal en wijst de zaak terug voor herbehandeling.